Mijn hobby sterrenkunde

Ik ben met deze hobby begonnen toen ik op twaalf jarige leeftijd een keer keek door een eenvoudige verrekijker naar de maan. Deze verrekijker gebruikte ik ook al heel veel om naar de diverse vogels in de natuur te kijken. Toen ik naar de maan keek wilde ik hier meer van weten en bouwde met een vergrootglas en een oculair uit een microscoop mijn eerste lenzenkijker in een regenpijp van 70 mm.

Dit was toch een hele ervaring want nu kon je ook de kraters zien. Tevens ging ik diverse boeken kopen om meer te weten te komen over sterrenkunde. In 1966 ben ik als marinier uitgezonden naar de west. Daar heb ik genoten van de diverse mooie onderwerpen zoals het kijken naar het zuiderkruis, de Magelhaense wolken en andere sterrenbeelden.

Tijdens de vele oefeningen die meestal ’s nachts plaatsvonden was ik vaak in de gelegenheid om naar de sterrenhemel te kijken. In 1969 kwam ik terug uit de west en ben toen gestopt met astronomie; dit kwam door mijn drukke werkzaamheden. In het jaar 1981 heb ik mijn hobby astronomie weer opgepakt.

Eerst heb ik wat tweedehands boeken aangeschaft op de diverse boekenmarkten. Daarna ben ik ook diverse planetaria gaan bezoeken. Ik wilde graag een eigen telescoop hebben, maar de aanschaf was te duur. Dus dan maar zelf één bouwen.

In 1991 ben ik lid geworden van een vereniging want hier kon ik dan mijn eigen spiegel slijpen. Menig uurtje ben ik bezig geweest om zelf een 20 cm spiegel te slijpen. Uiteindelijk heb ik een mooie telescoop gebouwd; een 20 cm Newton spiegeltelescoop waar ik erg trots op ben. In 1993 heb ik mijn lidmaatschap van deze vereniging opgezegd.

Ik wilde toch graag met mijn hobby astronomie verder gaan, maar hoe? Toen kwam ik met een aantal mensen in aanraking die ook interesse hadden in astronomie en het idee ontstond toen langzaam om een tentoonstelling op te gaan zetten.

Ik was inmiddels werkzaam als conciërge op een scholengemeenschap te Grootebroek en kon op deze manier de grote aula gebruiken. We hebben toen in de aula van het Martinuscollege voor het eerst onze tentoonstelling opgezet om zo de jeugd te interesseren voor astronomie.

Deze tentoonstelling was redelijk geslaagd; alleen we kwamen niet uit de kosten. Die liepen nogal hoog op door het vele materiaal dat ik gehuurd had. Maar ja, toch weer geprobeerd in het jaar daarna. Deze tentoonstelling liep een stuk beter omdat we al heel wat ervaring hadden op gedaan van de vorige tentoonstelling, alleen ook nu kwamen we weer niet uit de kosten.

Inmiddels was ik gevraagd om voor de jeugd iets te gaan doen met buitenschoolse activiteiten. Deze uitdaging heb ik toen aangenomen en heb hier nooit spijt van gehad.

In 1996 heb ik na de tweede tentoonstelling een vereniging, opgericht met de vrienden die mij steeds hielpen, "Orion" genaamd. De voorbereidingen voor de derde tentoonstelling waren inmiddels vergevorderd. Tijdens deze tentoonstelling kwam het idee om het materiaal, dat we steeds huurden, zelf te gaan maken. Ook speelde mee, dat we het materiaal dat we zochten, niet konden vinden om het publiek, zowel jong als oud, enthousiast te maken om naar een tentoonstelling over astronomie te gaan.

In 1998 zijn we een officiële afdeling van de NVWS geworden. We dachten dat we dan misschien sneller in aanmerking konden komen om instrumenten zoals telescopen, planetaria e.d. te huren. Maar dat was helaas niet waar. Toch hebben we wel van andere dingen kunnen profiteren zoals gratis reclame, boekenverkoop, een borgstelling voor een tentoonstelling die we uiteindelijk niet nodig bleken te hebben enz.

Daarna ben ik begonnen met het geven van een cursus aan de jeugd. Dat liep in eerste instantie niet. De jeugd vond het wel leuk maar begreep er meestal niets van. Hierdoor ben ik aan het denken gezet hoe dit beter kon. Het gevolg hiervan was dat ik zelf ben begonnen met het bouwen van de diverse schaalmodellen van de planeten. In eerste instantie zijn er veel mislukt. Dus dan maar weer op een andere manier proberen te bouwen. Al doende leert men.

Maar ik merkte wel dat het op deze manier veel beter ging met de uitleg aan de jeugd. Mijn idee was om het visueel te maken. Maar ja, hoe doe je dat soms met de diverse onderwerpen. Er is veel op papier gezet en gerekend.

Daarna heb ik geprobeerd dit verder uit te werken en heb dit hierna getoets bij de jeugd. Het voordeel hiervan was dat ik dit materiaal ook kon gaan gebruiken bij de diverse tentoonstellingen. Dit werd een schot in de roos.

Als eerste heb ik de diverse ruimtevaartuigen gebouwd; zoals de Maanlander, Space Shutlle, Ariadneraket, Frans planetarium, het planetarium van Eising Eisinga vanaf een foto.

Bij de tentoonstelling in 1999 hebben we de diverse basisscholen uit deze regio betrokken. Uiteindelijk deden er 26 basisscholen aan ons project mee. Als schoolzijnde mochten ze een maquette bouwen over het onderwerp hoe de jeugd dacht hoe er op de planeet Mars gewoond kon worden. De hoofdprijs was ƒ 1.500,- voor de winnende basisschool.

De groepen 1 tot en met 4 konden een kleurplaat inkleuren, die door een lid van de vereniging was ontworpen. Er waren twee prijzen ter beschikking voor deze groep nl. ƒ 250,- en ƒ 150,- . Groep 5 tot en met 8 mochten zelf iets tekenen. Het onderwerp was nu ook weer; hoe denkt men op de planeet Mars te kunnen wonen. Hier zijn schitterende resultaten geboekt. Ook hier waren weer twee prijzen te winnen nl. ƒ 250,- en ƒ 150,-.

Uiteindelijk hebben we ruim 3.680 tekeningen ontvangen en 26 maquettes. Het waren schitterende ontwerpen.

Deze maquettes en tekeningen konden worden bezichtigd tijdens de tentoonstelling.

Bij dit soort tentoonstellingen bleven wij ook altijd slapen om de spullen te bewaken (ondanks de hoge verzekering die we hadden afgesloten).

Dus meestal sliep de voorzitter H.F. van der Veen en Theo Mulder en andere vrijwilligers ’s nacht tussen het materiaal in een slaapzak. Vooral bij deze tentoonstelling was het nodig, want we hadden duur materiaal gehuurd van diverse musea.

Voor deze tentoonstelling had ik zelf ook diverse nieuwe schaalmodellen vervaardigd. Ik kon met trots zeggen dat 80% van het materiaal dat aanwezig was op deze tentoonstelling door mij zelf gemaakt was.

Zo was de grootsheid van het heelal te zien in kubusvorm en een groot schaalmodel van plm 1 meter hoog en 70 cm in het rond in diverse lagen verdeeld, en aan deze lagen hingen dan de diverse belangrijke sterren.

Ook stond er een model opgesteld van het sterrenbeeld Orion; dit i.v.m. de uitleg over de afstand van de sterren vanaf de Aarde.

Met dit sterrenbeeld werd dan uitgebeeld dat je vanaf de Aarde het sterrenbeeld Orion zag, maar als je dit sterrenbeeld vanaf de zijkant bekeek dan kon je het sterrenbeeld Orion niet meer herkennen. Het sterrenbeeld Orion is in perspex gegraveerd. Ook waren er op deze tentoonstelling veel eigengemaakte tekeningen en schilderijen te zien. Tevens was er ook een schaalmodel van Stonehenge en de piramide van Gizé aanwezig.

De schaalmodellen die ik bouwde waren natuurlijk geen kleine modellen; je moest het wel kunnen zien en eventueel aanraken. Dus het werden forse modellen. De planeten werden van 30 cm piepschuimbollen vervaardigd en bekleed met modelgips. De ruimtevaartuigen waren plm 125 cm hoog. De Maanlander plm 70 cm hoog. Het is eigenlijk teveel om dit allemaal hier op te noemen.

Het meeste werk heb ik gehad aan de vervaardigen van het model van de 40 voets telescoop van William Herschel.

Ik heb er uiteindelijk wel 5 of 6 gemaakt. Het uiteindelijke model is plm 46 hoog en 34 cm in het rond geworden en is helemaal van hout gemaakt. Ik ben er zelf heel erg trots op.

De andere modellen heb ik vernietigd omdat ze niet zo goed leken. Dit model heb ik vanaf een tekening uit een boek gemaakt.

Inmiddels vorderde ook de cursus voor de jeugd. Er was veel vraag naar het zelf bouwen van een planetarium of een zonsverduisteringplankje. Als afsluiting van de cursus is hier flink aan gewerkt en uiteindelijk werd het resultaat tentoongesteld.

Als afsluiting van elke cursus werd er steeds weer een bezoek gebracht aan de ESA. De jeugd vond zo’n dagje uit altijd erg leuk.

Toen kwam uiteindelijk ook nog het vak Algemene Natuur Wetenschappen i.v.m. de tweede fase van de HAVO/VWO om de hoek kijken. Hoe konden we nu iets gaan betekenen voor deze groep? Dit is in eerste instantie gebeurd door het organiseren van kijkavonden.

Later zijn de door ons georganiseerde tentoonstellingen gaan bezoeken. Tijdens deze tentoonstellingen, die een weekend duurde van vrijdagavond tot zondagmiddag, organiseerden wij ook diverse lezingen.

In dat weekend organiseerden wij 6 lezingen. De leerlingen konden dan zelf hun keuze maken welke lezing ze wilden bijwonen. Hierover moesten ze dan een scriptie maken die mee telde voor hun rapport. Ze mochten ook een scriptie maken over het materiaal, dat op de tentoonstelling stond.

In de loop van de tijd begon ik ook thuis steeds meer cursussen voor leden van de vereniging te verzorgen. Ik vervaardigde cursusmateriaal via de computer en gaf de cursus via een beamer. Er konden maar 15 personen aan meedoen, want dan was de huiskamer vol.

De eerste cursus ging niet zoals ik het wilde. Er stonden computers waar het materiaal op te zien was in de vorm van een website. Ze keken meer naar de computer dan wat ik vertelde. Dan maar weer iets anders proberen. Nu geef ik de cursus met uitleg via de diverse schaalmodellen en een beamer en als afsluiting van de avond krijgen ze de behandelde stof op papier mee.

Hierdoor moesten er wel steeds meer schaalmodellen vervaardigd worden, zoals de planeten in onderlinge verhouding, de planeten in dezelfde grote inclusief de maantjes van Jupiter. Ik leerde steeds meer tijdens het geven van deze cursus; hoe je uiteindelijk zo duidelijk mogelijk alles kon uitleggen, welk materiaal je moest gaan gebruiken en hoe je eventueel zoiets kunt gaan bouwen. Tenslotte is elke cursus anders, dus het was steeds aanpassen geblazen.

In de loop der jaren heb ik inmiddels zoveel materiaal vervaardigd dat mijn zolder er vol mee staat. Ik gebruik dit materiaal dan ook veelvuldig en wil hiermee weer een grote tentoonstelling gaan opzetten. Er blijkt veel vraag naar te zijn. Dus het idee is om weer jaarlijks een tentoonstelling op te gaan zetten. Alleen moet je steeds weer met nieuw materiaal komen anders is het publiek niet meer geïnteresseerd. Dan zeggen ze; dat hebben we verleden jaar al gezien.

De volgende tentoonstelling zal dan ook in samenwerking met de vereniging Orion gebeuren. Alle vorige tentoonstellingen heb ik op mijn eigen naam georganiseerd, maar naar buiten toe onder de naam van de vereniging Orion. Dit omdat de kosten van de andere tentoonstellingen niet gedragen konden worden door de vereniging Orion. De laatste tentoonstelling heeft pas kostendekkend gedraaid.

Dit houdt in dat ik wil blijven bouwen en proberen om de diverse onderwerpen visueel te maken, dat valt soms niet mee. Er zijn zoveel onderwerpen, die ik wil behandelen maar hoe is dit visueel te maken. Het blijft zoeken en knutselen tot je het juiste model hebt vervaardigd.

Het materiaal dat ik inmiddels heb vervaardigd is in een zeer kleine ruimte gemaakt. De schuur staat zo vol met materiaal dat ik nog maar nauwelijks ruimte over heb om te lopen, laat staan om te werken.

De totale ruimte die ik dan ter beschikking heb is ongeveer 1 meter bij 1,50 meter.

Desondanks lukt het mij nog steeds om dit soort schaalmodellen te maken. In de winter is het erg koud in de schuur, maar met een kleine verwarming blijft het net 12 graden boven nul. Als ik bezig ben heb je geen last van de kou.

Tot mijn grote verbazing werd ik in september 2002 gebeld door de heer Olthof voorzitter van de KNVWS. De heer Olthof deelde mij mee dat ik de J. van der Biltprijs had gewonnen. Die avond drong het niet helemaal tot mij door want ik was druk bezig met het vervaardigen van materiaal. De prijs heb ik inmiddels ontvangen en als ik naar de oorkonde kijk dringt het pas een beetje goed tot mij door wat ik eigenlijk gewonnen heb.

Toch ben ik erg trost dat ik voor deze prijs in aanmerking ben gekomen. Bij deze wil ik de mensen bedanken die mij hebben voordragen.