Christiaan Huygens (1629-1695)

Christiaan Huygens was één van de bekendste en beste wiskundigen van zijn tijd. Hij droeg bij aan alle takken van de toenmalige wiskunde.
Tevens was hij een vaardig en inventief instrumentmaker. Bijzonder voor zijn tijd is zijn combinatie van praktische en theoretische belangstelling.
In bijvoorbeeld de mechanica ontwikkelde hij zowel de slingerklok als een theorie van de slingerbeweging; in de optica verbeterde hij de telescoop en bedacht tegelijkertijd een theorie van de werking ervan.
Hoewel hij enkele belangrijke ontdekkingen deed, kun je Huygens eigenlijk geen astronoom noemen. Hij was de eerste die na Galilei een maan bij één van de planeten ontdekte. In 1655 zag hij door de 12-voets-telescoop, die hij samen met zijn broer had gemaakt, Titan, de grootste maan van Saturnus.
Door middel van een pamflet publiceerde hij ook zijn tweede ontdekking: hij gaf een verklaring voor de vreemde uitstulpingen
van Saturnus.
De ring van Saturnus
De ringen van Saturnus werden het eerst waar-genomen door Galilei in 1610.
Hij kon de ringen van Saturnus niet zo goed zien door zijn telescoop en dacht dat de planeet uit drie delen bestond.
Een paar jaar later waren de ringen weer verdwenen Galilei dacht dat Saturnus de andere twee planeten had opgeslokt.
Het duurde meer dan veertig jaar voor dat de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens de eerste nauwkeurige beschrijvingen gaf van de ringen van Saturnus.
Huygens zette zijn verklaring van deze vreemde vorm van Saturnus uiteen in zijn "Systema Saturnium" (1659).
Volgens hem waren de uitstulpingen de verschijningsvorm van een vaste ring rond de planeet.
Het waren vier concentrische ringen. De voornaamste en tevens de breedste ring wordt de B-ring genoemd. Daarbuiten ligt een matig heldere ring A. Binnen de hoofdring ligt een zeer vage ring C.
Hier ziet u een schematische tekening die door Christiaan Huygens is gemaakt.

Naar de pagina voor de uitleg van de Huygens telescoop.
Museumtip:
Huygensmuseum Hofwijck