Percival Lowell (1855-1916)

De belangstelling voor Mars en zijn kanalen kwamen nog meer in de belangstelling door Lowell. Lowell, nam het oude ontwerp over van Schiaparelli. In 1984 richtte hij zelfs een speciale sterrenwacht op voor het onderzoek naar Mars.
Lowell was er heilig van overtuigd dat de kanalen blijk gaven van het bestaan van intelligente Marsbewoners. De meeste sterrenkundigen konden in die tijd de kanalen op Mars niet waarnemen. Het idee van een met uitsterven bedreigde soort sprak vele tot de verbeelding.
Tijdens zijn waarnemingen kwam hij tot de ontdekking dat je de Marskanalen beter kon zien met een kleinere lens dan met een grotere lens. Zo diafragmeerde Lowell de grote lens van 60 cm tot 40 cm om de kanalen dan beter te kunnen zien.
Dit kwam natuurlijk zeer vreemd over. Waarom zag je met een grote kijker geen kanalen en met een kleine kijker wel.
Toen Lowell aan zijn eigenlijke waarnemingen begon, was de zuidpoolkap een uitgestrekt egaal wit veld met een middellijn van ongeveer 55 breedtegraden. Dat komt overeen met ongeveer 3300 kilometer.
Deze brede band was dus aan het krimpen. Dit kon duiden op seizoenen zoals het zich hier op aarde afspeelde. Om erachter te komen hoe dit nou precies zat, ging Lowell het verschijnsel meer systematischer waarnemen.
Dit zijn een paar van de vele tekeningen die Lowell maakte tijdens zijn vele waarnemingen.


Hij hield deze waarnemingen wel een half jaar lang vol. Tijdens deze waarnemingen merkte hij op dat de mares hier in de buurt duidelijk donkerde werden en zich langzaam naar de evenaar bewoog. Naderhand verbleekte deze mares weer helemaal tot het moment vanwaar het weer was begonnen.
Lowell gaf uiteindelijk een hele andere beschrijving van de kanalen dan zijn voorgangers Terwijl Schiaparelli de kanalen als brede banden waarnam, zag Lowell ze als smalle ragfijne lijnen, maar zonder een minste of geringste oneffenheid. Bij sommige waarnemingen kwamen er in plaats van een lijn/kanaal nu twee lijnen of kanalen te voorschijn. Dit verschijnsel trad alleen maar op de 40 breedte graad.
Door deze veranderingen gin Lowell ook weer een half jaar lang zijn waarnemingen op doen. Hij maakte ruim 370 schetsen hiervan. Aan de hand van de daarop zichtbare kanalen stelde hij een tabel op van hun zichtbaarheid van wanneer ze te zien waren en wanneer ze weer verdwenen waren. De zichtbaarheid van de kanalen hield hij dan van dag tot dag bij.

Op de tekening hierboven zit u de eerste Marskaart die Lowell in 1894 heeft vervaardigd.
Nu kwam er een soort duidelijkheid in dat het verdwijnen van de kanalen te maken zou kunnen hebben met het krimpen en groeien van de noordpoolkap en de zuidpoolkap.
Lowell legde de kaarten naderhand allemaal op tafel en paste deze op de juiste manier in elkaar. Voor Lowell was het nu bevestigd Mars was bewoond. Mars bevat een dampkring en er is water. Maar het water was er wel schaars.
Volgens Lowell was Mars overdekt met een netwerk van dunne geometrische lijnen. Omdat ze kaarsrecht waren, schreef hij ze toe aan martiaanse ingenieurs. Negentig procent van alle kanalen liepen volgens Lowell kaarsrecht, de rest is gelijkmatig gebogen.
In totaal heeft Lowell wel honderden tekeningen gemaakt, al waren het altijd dezelfde kanalen die ze vertoonden. Tegenwoordig
weten we dat de Marskanalen niet bestaan, de lijnen zijn het gevolg van de neiging van de menselijke geest.
Er kwamen steeds meer geruchten dat de kanalen die we met een kleine kijker waarnamen op Mars geen kanalen zijn. De oplossing lag dan in het bouwen van grotere kijkers. Zonder die kanalen van Mars zou er wel eens geen Lowellsterrenwacht gebouwd zijn. Desondanks heeft deze sterrenwacht heel veel pionierswerk verricht.
Op de foto hiernaast ziet u Lowell achter zijn kijker in de sterrenwacht die zijn naam draagt.
Museumtip:
Lowell Observatory