Jan Hendrik Oort (1900-1992)

Jan Oort was een belangrijk Nederlands astronoom in de 20e eeuwse onderzoeken naar een beter begrip over de aard van onze melkweg. Weinig astronomen hebben zo vele belangrijke bijdragen geleverd op zo vele gebieden in de astronomie als Oort heeft gedaan. Zijn interesses liepen uiteen van kometen en ons zonnestelsel tot sterren, sterrenstelsels, clusters en de grootschalige structuur van het universum.

Oort werd in Franeker geboren, maar bracht zijn jeugd door in Oegstgeest. In 1917 ging hij aan de Rijksuniversiteit Groningen studeren bij Jacobus Cornelius Kapteyn. In 1924 werd hij door Willem de Sitter naar de Rijksuniversiteit Leiden gehaald. In 1926 promoveerde hij cum laude aan de Rijksuniversiteit Groningen bij Pieter van Rhijn op zijn proefschrift met de titel "The stars of high velocity".

Oort werd een wereldberoemde astronoom. In 1927 bewees hij de theorie van Bertil Lindblad, dat de melkweg roteert. Hij stelde dit vast door analyse van de beweging van de verre sterren. In 1930 werd Oort lector aan de Rijksuniversiteit in Leiden en na het plotselinge overlijden in 1934 van De Sitter werd hij hoogleraar. In 1935 werd Oort gekozen tot algemeen secretaris van de International Astronomical Union (IAU), en in 1937 werd hij verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog trok Oort zich terug van de sterrenwacht uit angst om gegijzeld te worden door de Duitsers. Na de oorlog werd Oort hoogleraar/directeur van de Leidse sterrenwacht en onder zijn leiding werd begonnen met de radioastronomie. Hij richtte de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg op. De stichting werd gevormd door een samenwerking van de Leidse en Utrechtse sterrenwachten, de PTT en het natuurkundig laboratorium van Philips. Met een oude radarantenne van de Duitsers werd in Kootwijk onderzoek gedaan naar radiostraling vanuit de ruimte.

In de jaren vijftig verzamelde hij fondsen voor de bouw van een nieuwe radiotelescoop in Dwingeloo. In 1956 werd deze 25 meter radiotelescoop in gebruik genomen en werd onderzoek verricht naar het centrum van de melkweg, dat veel actiever bleek dan gedacht. In 1970 kon, eveneens door de inspanningen van Oort, de grote samengestelde telescoop in Westerbork in gebruik worden genomen. Deze telescoop bestond uit 12 afzonderlijke radiotelescopen. Oort staat ook aan de wieg van de ESO, het samenwerkingsverband van Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Zweden, Denemarken en Zwitserland voor de bouw van de grote optische telescoop in Chili.

Jan Hendrik Oort ging in 1970 met pensioen, maar hij bleef de rest van zijn leven onderzoek doen naar melkwegstelsels. Oort stierf in 1992 te Leiden op 92-jarige leeftijd. Op dit overlijden reageerde de natuurkundige Chandrasekhar als volgt: "The great oak of Astronomy has been felled; and we are lost without its shadow" (De grote eik van de astronomie is geveld, en wij zijn verloren zonder zijn schaduw).

Enkele belangrijke ontdekkingen
Oort berekende dat het middelpunt van de melkweg op een afstand van 30.000 lichtjaar van de aarde lag in het sterrenbeeld Sagittarius en dat een omwenteling om dit middelpunt 200.000 jaar duurde.

De massa van de melkweg werd door Oort berekend en hij kwam uit op 100 miljard keer de massa van de zon.

Oort bewees de theorie van Shklovskii, dat licht van de Krab-nevel gepolariseerd werd door synchrotronstraling.

In 1950 opperde hij de hypothese dat kometen een gemeenschappelijke oorsprong hadden. Deze bron wordt tegenwoordig de Oortwolk genoemd.

De Oortwolk heeft een grote hoeveelheid komeetkernen die een enorme ruimte om ons zonnestelsel vult. Wetenschappers hebben berekend dat de Oortwolk wel een biljoen (1.000.000.000.000) kometen kan bevatten, waarvan er minstens 35.000 groter zouden zijn dan 100 km. Daarmee zou de Oortwolk veel meer massa bevatten dan de planetoïdengordel. De Oortwolk is een echte wolk. Dat komt omdat de kometen die zich in deze wolk bevinden maar weinig voelen van de aantrekkingskracht van de zon. Hun banen zijn overigens wel erg onstabiel, zodat ze elkaars zwakke aantrekkingskracht kunnen voelen en zich zo willekeurig kunnen verspreiden.

Af en toe komen er kometen uit de Oortwolk die naar het centrum van ons zonnestelsel worden gestuurd. Omdat alle banen van deze objecten zeer onregelmatig zijn, kan het gebeuren dat het in een baan terecht kan komen die regelrecht naar de zon toe gaat. Er komen regelmatig kometen of brokstukken in de zon terecht.

Er zijn ook andere krachten die de Oortwolk af en toe verstoren. De bekendste verstoring daarvan is het uitsterven van de dinosauriërs hier op aarde, op het einde van het Jura-tijdperk 65 miljoen jaar geleden. Deze werd wellicht veroorzaakt door het inslaan van een gigantische komeet/meteoriet hier op Aarde in de golf van Mexico.