De zonnesteen van de Aztheken
De algemene benaming voor deze kalender is
"Cuauhxicalli" (adelaar's kom) Maar hij is eigenlijk wereldwijd bekend onder de naam AZTEC kalender, of
zonnesteen, omdat dit monument werd opgedragen aan deze godheid.
Op deze reusachtige monoliet, die ongeveer 25 ton weegt, is de Aztec kalender gegraveerd.
Zijn diameter is 3,6 meter. Toen hij werd gevonden was hij bedolven onder de zuid oostelijk hoed van de Zocalo (het hoofdplein) van de stad Mexico op 17 december 1760.
Later werd hij verplaatst naar de hoofdstedelijke Kathedraal en op de westelijke muur van de toren geplaatst waar hij bleef tot het jaar 1985? Toen beval president generaal Porfirion Diaz de overplaatsing naar het nationaal museum van archeologie en historie.
Gedurende de regering van de 6e Azteekse vorst Axayacali werd deze steen gegraveerd en opgedragen aan hun belangrijkste God, de zon, die zowel een mythologisch als astronomisch karakter had.
Het gezicht van de zon wordt omlijst door diverse tekens. Linksboven staat bijvoorbeeld het teken dat staat voor de wind
en voor het tweede tijdperk. Links beneden kunnen we bijvoorbeeld het teken voor regen, lava en vuur te zien, en tevens
voor het derde tijdperk.
Rechts beneden vinden we bijvoorbeeld het teken voor
water en voor het vierde tijdperk. Via de gebogen figuren links en rechts zien we dat zon is opgehangen aan de hemel.
Boven de zonneschijf vinden we het teken voor Noord, en weer links beneden vinden we het teken voor Zuid, en rechts het
teken voor West. Geheel onderaan staan dan de God van de dag (rechts de zon) en van de nacht (links) elkaar aan te
kijken.
De zonnesteen bestaat eigenlijk uit diverse ringen gerekend vanuit het midden die begint met de afbeelding van de zon. Het geheel bestaat uit 5 ringen. We beginnen natuurlijk met de beschrijving van deze zonnesteen uit het midden.
Tonathiuh's gezicht (gezicht van de zon) die heer van de hemel, waar omheen alle dagelijkse of periodieke zaken zich afspeelden. De kroon, de neushanger, oorbellen en halsketting zijn zeer luxueus en deze waren dus Gods waardig.
Het haar was blond vanwege het gouden uiterlijk van deze ster, de rimpels op het gelaat dienden om een grote rijpheid van leeftijd aan te geven, en de tong, die naar buiten gestoken was, is als een mens van lavaglas, die dan weer de noodzaak aan gaf tot het te eten geven van bloed en menselijke harten.
Zowel links als rechts van de zon bevinden zich in de tweede ring de klauwen van de zonnegod. Hiermee word verondersteld dat de zon in de ruimte hangt.
Ze hebben als afbeelding een Chalchihuite
armband, een oog en een wenkbrauw en tussen de nagels dragen ze een menselijk hart.
In het vierkant linksboven het teken van de zon, in de tweede ring vind met het teken van Ehecatonatium (zoon van de wind)
en het tweede tijdperk. Het tweede tijdperk duidde aan waarin wordt uitgebeeld het einde van de mensheid door de sterke
winden. De goden veranderden de mensen toen in apen, zodat ze zich beter konden vasthouden door de winden die de orkanen
veroorzaakten.
Op deze wijde ontstond de gelijkenis tussen aapachtige en het menselijk ras "dit kwam omdat grote bossen door tornado's
met de grond gelijk waren gemaakt".
In het vierkant rechts boven het teken van de zon, in de tweede ring vind men het teken van Ocelotonatium (zoon van de jaguar). Dit was tevens het eerste tijdperk en het verst van de vier cosmogonische tijdperken, waarin de door de goden gecreëerde reuzen leefden. Zij bewerkten de aarde niet, leefden in grotten en aten wilde vruchten en wortels. Ze werden tenslotte aangevallen en verslonden door de jaguars. Het meest elementaire tijdperk van de Azteken gaat terug naar het Quartair, zoals de diverse botten uitwijzen van de pre-Dilluviale dieren. Deze zijn gevonden in de zeer diepe groeven onder een dichte laag van lythospherische.
In het vierkant links onder het teken van de zon in de tweede ring vindt men het teken van Quiauhtonatiuh (zon van de vuurregens). Dit is tevens het teken van het derde tijdperk waarin alles werd uitgeroeid door de regens en de lavastromen van vuur.
De mensen werden nu veranderd in vogels zodat die zich konden redden om uit deze slachtpartij te komen. De Azteken rechtvaardigden deze zienswijze met vele tekens van vulkanische activiteiten in onze regio en ook door de ontdekking van hutten met geraamtes die onder de lagen van as en lava bevonden.
In het vierkant rechts onder het teken van de zon in de tweede ring vind men het teken van Atonatium (zon van water). Dit teken duidde tevens het vierde tijdperk aan. In het vierde tijdperk kwam iedereen om door de verschrikkelijke overstromingen die toen de gehele aarde bedekten en zelfs reikten tot de toppen van de hoogste bergen.
De goden veranderden de mensen toen in vissen om ze in deze wereldwijde zondvloed te kunnen redden. De ontdekking van de diverse fossiele zeedieren, die toen gevonden werden boven in de bergtoppen, vormde de basis van deze zienswijze.
In de tweede ring links van de omgekeerde
"V" beginnen ze met de dagen. De dagen gaan tegen de wijzers van de klok in. Elke dag had een eigen
afbeelding.
Zo had de eerste dag een afbeelding van een krokodil. De tweede dag de wind. De derde dag een huis. De vierde dag een hagedis. De Vijfde dag een slang. De zesde dag de dood. De zevende dag een hert. De achtste dag een konijn. De negende dag het water. De tiende dag een hond. De elfde dag een bloem. De twaalfde dag de regen. De dertiende dag een mes. De viertiende dag een aardbeving. De vijftiende dag een gier. De zestiende dag een adelaar. De zeventiende dag een jaguar. De achttiende dag riet. De negentiende dag een kruid. Twintigste dag een aap.
De omgekeerde "V" in de vierde ring geven de zonnestralen weer. Tevens vind men regelmatig aan de buitenkant van deze ring nog enkele tekens als een soort waaier. Dit teken duidde de vlammen en de intense vuurzee aan.
De onderste omgekeerde "V" duidt weer de Tonatiuh (de zon) aan met ongeveer hetzelfde profiel en met dezelfde versierselen als in het midden van deze kalender. Rook omhoog blazend als een soort teken van grote woede.
Dit vanwege de dagelijkse strijd met de God van de
nacht. Beide goden kleedden zich met de mythische en hemelse slangen van de Xiucoatis waardoor ze grotere krachten en
autoriteiten mee verwierven. In deze Xiucoatis bevinden zich alle chronologische tekens om aan te geven dat alles
eigenlijk gebeurt in het universum tijdens de dag en de nacht.
Links van de omgekeerde "V" onderin bevindt zich het teken van de Xiuhtecutti (God van het turkoois) Hier is hij afgebeeld als de god van de nacht.
De neushanger en de oorbel zijn de waardige versierselen van deze God. Het gezicht half bedekt met een sluier, geeft de donkerheid van de nacht aan.
Hij heeft een tong als een mens van lavaglas, naar buiten gekeerd, alsof hij in voortdurende strijd leefde met Tonatiuh (de zon) met wie hij dan de hele nacht vocht.