De Griekse wereld (6e eeuw v. Chr.)

Het denkbeeld van de Griekse wereld rond Anaximander rond de 6de eeuw voor Christus, een filosoof van de Ionische school beschouwde de aarde niet als een platte schijf, maar als een soort lage cilinder. Om de aarde lag de atmosfeer, die weer omsloten werd door een bolvormig hemelgewelf.

Anaximander was een van de eerste die zijn volle aandacht wijdde aan de verschillende afstanden waarop de diverse hemellichamen zich bewogen en van de aarde afstaan. Hij stelde zich voor dat het hemelgewelf uit diverse lagen bestond, waar tussen zich dan weer de verschillende hemellichamen bevonden.
Verwonderlijk bij dit model is, dat de sterren het dichtst bij de aarde stonden en de zon het verste weg! Daar weer tussen bewoog zich dan de maan.
Zijn ideeën omtrent de andere hemellichamen zelf waren wel zeer bijzonder van aard; zon en maan waren holle ringen die weer gevuld waren met vuur. Slechts door een zeer kleine opening scheen dan het vuur op aarde. Hij beschouwde dat de sterren op dezelfde manier werkte als de zon en de maan.

De zons- en de maansverduisteringen en de schijngestalte van de maan werden veroorzaakt door de gehele of gedeeltelijke afsluiting van de opening van de ringen waar de zon en de maan door heen schenen. De zonnering had een middellijn van 28 aarddiameters en de maanring had een middellijn van 19 aarddiameters.