De Griekse wereld (midden 6e einde 4e eeuw v. Chr.)
De school van Pythagoras was er van overtuigd
dat de aarde een bolvorm had. Philolaus van Thebe zette het zogenaamde "centrale vuur" in het midden van het
heelal en liet de aarde en de andere hemellichamen hier omheen draaien in cirkelbanen.
De aarde maakte een omlooptijd van 24 uur. Gedurende een gedeelte van deze 24 uur was het dan nacht op aarde, omdat
dan de zon door de anti-aarde werd verduisterd.
Buiten de banen van de zon, de maan en de planeten lag dan de sfeer van de sterren, deze sterren namen dan ook deel aan
de bewegingen om het middelste vuur. Hier weer buiten lag dan de sfeer van het "buitenste vuur".
Dit heelal bevond zich in een soort oneindige ruimte. De zon, een soort glazen bol, ontving het licht van het centrale en van het buitenste vuur en verspreide zo het licht uiteindelijk dan weer.