Astronomie in de oudheid
De foto hiernaast is een afbeelding uit de middeleeuwen van een oude Griekse voorstelling van een platte aarde die op
het water drijft met daarboven de vier elementen. De vier elementen zijn; water, land, vuur en lucht.
Het woord "astronomie" is afgeleid van de Griekse woorden "astron", "ster" en "nemein", "ordenen". De eerste mensen die de astronomie bedreven, waren waarschijnlijk de herders die de sterren en de andere hemellichamen bekeken om de veranderingen van de jaargetijden aan te zien komen.
Er werd eigenlijk al naar de sterren gekeken voordat er een klok, kalenders, kompassen en getijdentabellen bestonden. Alleen aan de hand van de sterren kon men toen hun positie bepalen, maar ook welk seizoen het op dat moment was.
In Egypte begon het jaar dan ook als de ster Sirius vlak voor de dageraad in het oosten opkwam. Dat betekende dan dat de Nijl ging overstromen in de uiterwaarden en dat de gewassen hierop geplant konden worden. De Nijl zette in de uiterwaarden vruchtbare grond af in de vorm van slib. Op dit slib kon dan de gewassen groeien.
Daarentegen maakten de Babyloniërs gebruik van kleitabletten om hier hun astronomische gegevens op vast te leggen. Zo had iedere cultuur zijn eigen inbreng in de astronomie, maar ook in hun denkbeeld hoe de hemel er uit zou moeten hebben gezien.