Draak (Draco)
De draak, bekend om zijn waakzaamheid en scherpe blik, werd in de oudheid beschouwd als de bewaker van zowel tempels en
schatten als van de levensbronnen die onsterfelijk maakten.
Hij kronkelt zich als een slang rond de noordelijke hemelpool en bewaakt het stilstaande punt in een draaiende wereld.
Net als het lege centrum van het hindoeïstische Wiel der Veranderingen en het gat in het midden van de Schijf van jade
die voor de Chinezen de hemel symboliseerde, is de draak 'de Onbeweeglijke Beweger': tegelijkertijd de oorzaak én
het einddoel van al het leven. De hemelpool is dus symbolisch voor een 'gat' in het ruimte-tijd-continuüm,
voor de grens tussen tijd en eeuwigheid, bewaakt door de draak, de Drempelwachter, die de held Hercules onder zijn voeten
verplettert en dood en duisternis overwint.
In de mythe van Hercules is de draak, 'die altijd waakzaam is omdat hij nooit onder gaat', identiek aan Ladon,
de bewaker van de gouden appels der onsterfelijkheid in de in het verre westen gelegen tuin van de Hesperiden, aan gene
zijde van Oceanus, de Rivier van de Tijd, in het land van de doden. Ladon is tevens de naam van de rivier die zich door
de magische tuin kronkelt. En ook Oceanus is zowel slang als een rivier, die de wereld omspoelt met de dierenriem op
zijn rug en de scheidslijn markeert tussen de tijd en de eeuwigheid.
