Grote Hond (Canis Major)
Tijdens zijn jaarlijkse reis door de hemel volgt de Grote Hond zijn baasje Orion, voor altijd jagend op de Haas aan zijn voeten. In vroeger tijden was de Hondsster, Sirius, belangrijker dan de Hond zelf, die soms ook de Wachter van de Hel, 'de waakhond van de lagere hemel', wordt genoemd. Hij houdt bovendien verband met Anubis, de Egyptische god met de hondenkop, die de dode zielen begeleidt op hun nachtelijke reis over zee.
De Sterren
De Hondsster, Sirius, is de helderste ster aan de hemel. De naam betekent 'fonkelend' en 'verschroeiend',
aangezien hij hartje zomer het dichtst bij de zon staat. De meestal zeer warme, afmattende dagen tussen 3 juli en 11 augustus
schreef men traditioneel aan deze ster toe en wij kennen nog steeds de hondsdagen, al lopen die volgens onze kalender van
19 juli tot 18 augustus.
De Hond is te zien op tempels en grafheuvels in Mesopotamië en werd al in 3285 voor Christus in Egypte vereerd, aangezien
Sirius opkwam als de Nijl overstroomde. Aangenomen wordt dat de Griekse Eleusische mysteriën gevierd werden rond het
middernachtelijk uur zodra Sirius zijn hoogste stand had bereikt. De Romeinse boeren probeerden zich van een goede oogst
te verzekeren door jaarlijks een geelbruine hond aan Sirius te offeren.
Mirzam, de Heraut, die een poot van de Hond aangeeft, wordt zo genoemd omdat hij net voor Sirius opkomt. Volgens sommigen
werd hij ook ooit Isis genoemd, naar de grote Egyptische godin.
