Orion
Orion, de hemelse Jager in gouden wapenrusting met een stok en een jachttrofee in zijn handen, fonkelt aan de hemelevenaar,
waarop zijn gordel, het Parelsnoer, ligt. Aan zijn voeten liggen Lepus, de Haas, en Sirius, de Hondsster, in Canis Major.
De legendarische Orion was niet alleen de mooiste man die de wereld ooit gekend heeft, hij was ook zo reusachtig groot
dat hij door elke zee kon waden zonder kopje onder te gaan - althans, wanneer hij niet met zijn honden aan het jagen was
in de beboste heuvels van Griekenland. Hij had een woeste reputatie en is door zeevarenden lange tijd als een ongunstig
voorteken beschouwd, want het zichtbaar worden van zijn knappe kop boven de oostelijke oceaan op het noordelijk halfrond
valt samen met het begin van de winter en dus met slecht weer.
De verhalen over de daden van de grote Jager weerspiegelen de jaarlijkse opkomst en ondergang van zijn sterren. Zijn
eerste huwelijk eindigde toen zijn opschepperige vrouw naar de onderwereld werd verbannen. Zijn veelbewogen carriPre, die
uiteindelijk tussen de sterren zou eindigen, was toen nog maar net begonnen. De vader van zijn volgende liefde, een Griekse
prinses, verblindde hem, wat mogelijk symbolisch is voor zijn ondergang aan de westelijke hemel in de lente. Zijn jaarlijkse
terugkeer aan de oostelijke hemel in de herfst klinkt door in het verhaal over het orakel, waarin hem wordt gezegd naar
het oosten te reizen en in het zonlicht te kijken teneinde zijn gezichtsvermogen terug te krijgen. Toen hij Aurora aankeek,
de godin van de Dageraad en de moeder der winden en van de Morgenster, werd deze verliefd op hem, en nadat hij heel de zomer
blind was geweest, kon Orion de wereld weer zien.
Zodra de Schorpioen in de lente aan de zomerhemel verschijnt, neemt Orion in kracht af.
De schone Orion komt in de mythe aan zijn einde door een steek van de schorpioen, die daartoe werd aangezet door Artemis,
de woedende maagdelijke godin van de Jacht en door de maan, die eveneens op Orion verliefd was. Na zijn 'dood' jaagt
Orion verder in de onderwereld en wordt vervolgens aan de hemel geplaatst met naast zich de Hondsster, Sirius. In Babylon
werd de heldere constellatie Orion vereerd als de god die de edelstenen had geschapen.
De Sterren
De sterk topaaskleurige Betelgeux (of Betelgeuze), onder Arabische astronomen bekend als de Oksel van de Middelste, geeft
de rechterschouder van de Jager aan. Hij verschijnt aan de herfsthemel wanneer Antares, het rode hart van de Schorpioen
die Orion doodde, ondergaat. Deze rode superster, die geluk, rijkdom en krijgseer voorspelt en in grootte fluctueert, kan
de hele baan van de aarde rond de zon omvatten.
Rigel, de Ster van de Zeevarenden, is het Been van de Reus, de helderste ster in Orion en de op zes na helderste aan
de hemel. Het is een blauw-witte superster die 57.000 keer zo helder is als onze zon. Bellatrix, de Veroveraar, markeert
zijn linkerschouder.
De drie heldere sterren die zijn gordel vormen, zijn Anilam, Alnitak en Mintaka. Ze staan tevens bekend als de Magi,
de Drie Wijzen uit het Oosten, die naar het westen van het Heilige Land reisden op aanwijzing van de ster die de geboorte
van Christus aangaf en, net als de Magi, reizen de drie heldere sterren door de herfsthemel naar het westen in de richting
van het teken Vissen, waarin de ster verscheen.
