Pegasus

Pegasus was de zoon van de grote zeegod Neptunus en de Gorgon Medusa. Eén versie van het verhaal wil dat toen Perseus Medusa onthoofde, Pegasus, wat 'Bron van de Oceaan' betekent, geboren werd uit het bloed dat in zee stroomde. Het bloed van de Gorgon Medusa wordt ook wel gezien als de oorsprong van het koraal.
Pegasus was sneeuwwit en had gouden manen. Hij was de lieveling van de muzen omdat zijn hoefafdrukken de bron van hun inspiratie deden stromen. Bellerephon trof hem op een dag terwijl hij uit zijn bron dronk en probeerde op hem naar de hemel te rijden. Maar door de beet van een insekt, toegebracht op bevel van de goden, gooide het paard zijn ruiter af die daardoor 'recht voorover door de velden van lucht' viel. Pegasus reed alleen verder en bereikte de hemel, waar hij het Donderende Paard van Jupiter werd en de drager van de goddelijke bliksem.

De Sterren
Het 'Grote Pegasusvierkant' domineert de hemel in de herfst. Zijn belangrijkste ster, Markab, het Zadel, markeert zijn schouder.