Steenbok (Capricornus)

2.500 jaar geleden bereikte de zon tijdens de winterzonnewende zijn laagste punt en begon langzaam naar het midden van de zomer te klimmen in het teken Steenbok, de Geit-Vis, een van de oudste en meest mysterieuze symbolen aan de hemel. Want de Geit-Vis, die in voor-Babylonische tijden bekend stond als 'De Antiloop van de Onderaardse Oceaan', is de god Ea ofwel 'Hij met het enorme intellect' ofwel de 'God van het Heilige Oog'.
Teksten van rond 600 voor Christus uit de bibliotheek van Ashurbanipal in Ninive beschrijven de oude Soemerische wereldvisie. De aarde, een rond plateau omringd door bergen die de koepel-vormige hemel steunden, dreef op het heerlijke oerwater, dat in de vorm van zoetwaterbronnen door het oppervlak van de aarde brak. De Tigris en de Eufraat, de grote rivieren die 'de wieg van de beschaving', de Chaldeeuwse vlakte, voedden, kwamen uit het domein van de Geit-Vis, die de bron was van alle kennis en wijsheid. Nabij zijn aardse paleis aan de Perzische Golf groeide een geweldige boom, waarvan de takken en blaadjes fonkelden als lapis lazuli en die evenveel schaduw gaf als een heel bos.
Ea was de enige van de oude goden die altijd vriendelijk en nooit kwaad was en hij heeft ervoor gezorgd dat de mensheid de Zond-vloed overleefde. Het verhaal waarin hij de Soemerische Noach, Uta-Napishtim, opdraagt een ark te bouwen, komt sterk overeen met de bijbelse versie van de grote ramp. Er wordt ook gezegd dat hij met grote tussenpauzen viermaal uit de onderaardse oceaan naar boven is gekomen om de mens de vaardigheden der beschaving bij te brengen. Als hij verschijnt heeft hij een menselijke gedaante. Nadat hij de mens onderricht heeft gegeven, keert hij bij het invallen van de duisternis terug naar zijn water.
Pas later werd Steenbok een aardeteken en begon men het te associëren met de Griekse god van de Geiten, Pan.