Zonneschijnmeter
Voorheen werd de zonneschijnduur
gemeten met een zogenaamde Campbell-Stokes zonneschijnmeter.
Het instrument bestaat uit een glazen bol die als brandglas werkt. Achter de bol wordt een papieren strook gespannen met een indeling in uren.
De "bewegende" zon brandt in die papierstrook een brandspoor. Zodra er wolken voor de zon komen wordt dat spoor onderbroken. De beweging van de brandvlek is precies tegengesteld aan die van de zon aan de hemel.
Uit de totale lengte van het brandspoor kan de duur van de zon worden ingeschat.
De stroken zien er ongeveer als volgt uit:

Voor elk jaargetijde is er een aparte strook. De zomerstrook komt in de onderste gleuf, omdat de zon in dat jaargetijde hoog aan de hemel staat. De lente- en herfststrook komt in de middelste gleuf en de winterstrook in de bovenste gleuf.