Bliksem
Bliksem is een fascinerend, maar toch soms een
beangstigend verschijnsel, die de ene mens boeit en de ander angstig maakt. In 1752 bewees Benjamin Franklin dat bliksem
een ontlading van elektriciteit is. Volgens overlevering liet hij bij een naderende onweersbui een vlieger op, gemaakt
van een zijden zakdoek aan een touw. Het natte touw diende als geleiding. Aan het uiteinde van het touw hing een metalen
sleutel, die hij vasthield met een isolerend zijden koord. Tussen de sleutel en zijn hand liet hij vonken opflitsen.
| Probeer dit nooit zelf na te doen! In de 18e eeuw zijn er verschillende demonstrators door blikseminslag overleden. |
Hoe ontstaat bliksem?
Onweerswolken genereren elektriciteit doordat ijskristallen en waterdruppels positieve en negatieve lading scheiden.
Deze raken dan op verschillende manieren elektrisch geladen. Als eerste krijgen waterdruppels als ze gaan bevriezen een
positieve geladen buitenschil.
Als deze nu wordt verbrijzelt, worden de positieve stukjes naar boven meegevoerd, terwijl de negatieve stukjes naar beneden vallen. Een kleine ijskristal krijgt zijn positieve lading door in botsing te komen met een grote hagelkorrel.
Zo transporteren de kleine ijskristallen de positieve landing naar de top en dragen de zware hagelkorrels en waterdruppels de negatieve lading naar de onderkant van de wolk. Zo wekt de negatieve lading de positieve lading in de grond op. Uiteindelijk kan een lading zo veel in kracht toenemen, dat deze door de luchtweerstand heen breekt en een bliksemschicht is geboren.
De bliksemstraal die wij waarnemen gaat van
beneden naar boven. Maar voordat de bliksem plaatsvindt heeft er eerst een vóórontlading plaats gevonden, deze voor
ontlading is voor ons blote oog niet of nauwelijks waarneembaar.
Een bliksemstraal kan een temperatuur aannemen van ruim 30.000 graden, die men tot dusver kon meten in die tijd.
Een bliksemstraal kan wel 5 tot 7 km lang zijn. Als hij horizontaal beweegt kan dit oplopen van 8 tot 16 km.
De bliksemstraal kan een snelheid bereiken van wel 10 % à 30 % van de snelheid van het licht (300.000 km/s). Het geluid van de donder ontstaat door de plotselinge drukgolf, veroorzaakt door de zeer hoge temperatuur die zich in één duizendste van een seconde in de bliksemstraal vormt. Deze uitzetting plant zich in alle richtingen voort als een drukgolf; dit veroorzaakt dan de donder.
Terwijl de ontlading van de bliksem zich met een snelheid van ruim 100.000 km/s verplaatst, verplaats de donder zich maar met een snelheid van ruim 300 m/s. Vandaar dat we de donder pas ná de bliksemstraal horen.
Als het licht van de bliksem onmiddellijk wordt gevolgd door een donderslag, dan kun je zeggen dat het onweer
gevaarlijk dichtbij is.
Meestal hoor je pas de donderslag nadat de bliksem is geweest. Nu kun je voor jezelf een vuistregel in acht nemen. Tel
de seconden die tussen een bliksem en een donderslag in zit. Elke kilometer telt als 3 seconden. Dus als je 10 seconde
heb geteld dan is de blikseminslag ongeveer 3 kilometer ver van je verwijderd.
De gehele aarde wordt per seconde meer dan 100 keer getroffen door een bliksem.
